← Terug naar de hub
🔒 Werk alleen met een goedgekeurde tool. Deel geen persoonsgegevens, gevoelige informatie, interne documenten of herkenbaar leerlingwerk. Ook anonimiseren maakt uploaden niet automatisch toegestaan: volg de actuele OMO-/schoolafspraak.
Route 3 · Nakijken & feedback

Bouw één rubric of feedbackroutine die eerlijk én bruikbaar is.

Maak een format waarmee jij sneller kunt reageren zonder je professionele oordeel uit handen te geven.

35 minutenRubric + collegatest
Start in 60 seconden

Kies één echte opdracht.

Vak, niveau en leerdoelDrie tot vijf observeerbare criteriaGeen echt leerlingwerk in de oefening
Je bent expert in formatief handelen voor {vak} op {niveau}. Ontwerp een compacte rubric voor {opdracht} met maximaal 5 criteria. Gebruik per criterium drie niveaus: startend, op weg en beheerst. Eisen: - observeerbaar gedrag in leerlingtaal; - geen vage woorden als "goed" zonder uitleg; - ruimte voor één compliment en één concrete volgende stap; - markeer formuleringen die de docent inhoudelijk moet controleren.

Test vóór je afrondt

  1. Zouden twee collega's hetzelfde criterium ongeveer gelijk uitleggen?
  2. Kan een leerling zien wat de volgende stap is?
  3. Blijft de docent eindverantwoordelijk voor de beoordeling?

Verbeter één keer gericht: laat een collega het vaagste criterium aanwijzen en herschrijf alleen dat criterium.

Leg mijn projectborging vast →
Als je eerder klaar bent: verdieping en extra prompts
Extra route: verdiep je feedbackroutinealleen als je primaire missie af is
Start hierKies een opdracht die je binnenkort beoordeelt. Maak eerst de rubric of vaste feedbackstructuur, zonder leerlingwerk te uploaden.
Klaar als
  • criteria observeerbaar en begrijpelijk zijn;
  • jij twee voorbeelden zelf hebt getoetst;
  • professioneel eindoordeel bij jou blijft.
📍 Kies je route: begin met A (rubric/format maken). Ga alleen naar B als je nog tijd hebt én de werkwijze binnen de actuele OMO-/schoolafspraken past.
🟢 BEGINNER · jouw eerste rubric en feedbackzinnen

A · Een rubric in 5 minuten

1
Kies een opdracht die je deze of volgende week beoordeelt.
2
Gebruik deze prompt (of de Copilot Onderwijzen-template "Rubric"):
Je bent een ervaren docent {vak} op {niveau}. Maak een rubric voor de opdracht "{naam opdracht}". Leerdoelen: {1-3 leerdoelen}. Maak een tabel met 3-5 criteria (rijen) en 4 niveaus (kolommen): onvoldoende / voldoende / goed / uitstekend. Per cel: concrete, observeerbare beschrijving (geen vage woorden als "goed" zonder uitleg). Nederlands, geschikt om met leerlingen te delen.
3
Lees kritisch: kun je met deze rubric twee verschillende werkstukken eerlijk uit elkaar houden? Pas aan waar het te vaag is.

B · Een vaste feedbackstructuur

1
Vraag de AI om een feedbackformat dat je voor de hele klas kunt hergebruiken:
Je bent expert in formatief handelen. Ontwerp een feedbackformat van 3 zinnen voor leerlingwerk bij {opdracht/onderwerp}: zin 1 = wat gaat goed (concreet), zin 2 = de belangrijkste verbeterstap, zin 3 = een vraag die de leerling aan het denken zet. Geef 3 voorbeeldzinnen per onderdeel, in vriendelijke maar directe toon.
2
Test het format op een kort fictief voorbeeld dat je zelf schrijft. Gebruik echt leerlingwerk alleen als de actuele schoolafspraak die specifieke verwerking expliciet toestaat.
Bonus: laat de AI je rubric ook omzetten naar leerlingtaal — een "ik kan"-checklist die leerlingen vóór inleveren zelf kunnen aflopen.
Klaar als: je een rubric en/of feedbackformat hebt dat je deze toetsweek gebruikt.
🔵 GEVORDERD · feedback op een fictief oefenwerk

A · Feedback-concept op één werkstuk

1
Gebruik voor deze oefening een fictief leerlingantwoord van ongeveer 150 woorden. Echt leerlingwerk blijft buiten de tool, tenzij de actuele schoolafspraak deze specifieke verwerking expliciet toestaat.
2
Gebruik je rubric (van groen A) als bron:
Hier is mijn rubric: --- {plak rubric} --- En hier is een fictief oefenwerkstuk op {niveau}: --- {plak fictief oefenwerk} --- Geef op basis van de rubric: 1) een inschatting per criterium (onvoldoende/voldoende/goed/uitstekend) met onderbouwing uit de tekst, 2) twee concrete verbetertips voor déze leerling, 3) één compliment dat specifiek is (niet "goed gedaan").
3
Vergelijk: zou jij hetzelfde oordeel geven? Gebruik de AI-output als concept — het eindoordeel en de toon zijn van jou.

B · Een peer-feedbackformulier voor leerlingen

1
Laat leerlingen elkaars werk beoordelen met een AI-gegenereerd formulier:
Maak een peer-feedbackformulier voor leerlingen van {niveau} over {opdracht}. Gebruik dezelfde criteria als deze rubric: --- {plak rubric} --- Per criterium: één gerichte vraag die de beoordelende leerling kan beantwoorden, plus een "sentence starter" (bijv. "Ik zie dat... / Mijn tip is..."). Maximaal 1 A4, leerlingtaal.
2
Print of deel het formulier. Leerlingen geven elkaar feedback vóór inlevering — jij kijkt daarna sneller na omdat het werk al een ronde verbetering achter de rug heeft.
Bonus: vraag op basis van je rubric welke drie veelvoorkomende fictieve fouten je kunt verwachten en ontwerp daar een korte herhaling bij.
🔒 Privacy-check: anonimiseren is niet automatisch voldoende. Gebruik standaard fictieve voorbeelden en volg voor echt leerlingwerk altijd de expliciete actuele schoolafspraak.
Klaar als: je een feedback-concept hebt voor één werkstuk én/of een peer-feedbackformulier.
🟣 EXPERT · een nakijk-workflow voor de hele toetsweek

A · Eén vaste rubric-assistent

1
Bewaar in een goedgekeurde omgeving of lokale promptbibliotheek een vaste instructie die rubrics en fictieve oefenvoorbeelden analyseert:
Je bent mijn nakijkassistent voor {vak}, {niveau}. Ik plak steeds: 1) de rubric of het antwoordmodel, 2) één fictief oefenwerkstuk. Jij geeft elke keer in dit format terug: - Score-indicatie per criterium (met korte onderbouwing uit de tekst) - Twee verbetertips, concreet en uitvoerbaar - Eén specifiek compliment - Een signaal als het fictieve voorbeeld niet goed met de rubric te beoordelen is Vraag nooit om namen of klasgegevens. Als ik die per ongeluk plak, waarschuw je mij en ga je verder zonder ze te gebruiken.
2
Test met drie zelfgeschreven fictieve voorbeelden. Blijft de toon en het niveau consistent? Stuur de instructie bij tot dat zo is.

B · Foutenanalyse → herhalingsactiviteit

1
Beschrijf (zonder leerlinggegevens!) welke fouten je vaak tegenkomt bij de laatste toets:
Je bent expert in toetsanalyse. Dit zijn de meest gemaakte fouten op mijn laatste toets over {onderwerp} (zonder leerlinggegevens): {beschrijf de fouten, bijv. "30% verwisselt begrip X en Y"}. Wat is per fout de waarschijnlijke misvatting eronder, en welke korte (max. 10 min) herhalingsactiviteit repareert die — klassikaal of zelfstandig?
2
Plan één van de activiteiten in voor de eerste les na de toets.
Bonus: ontwerp op papier een exit-ticket met drie vaste vragen. Bouw het alleen digitaal in een goedgekeurde omgeving en test apart vóór gebruik met leerlingen.
🔒 Privacy-check: voer geen echte cijferlijsten, leerlingdossiers of leerlingwerk in. Gebruik fictieve voorbeelden, tenzij een expliciete actuele schoolafspraak anders bepaalt.
Klaar als: je een herbruikbare nakijk-assistent (A) en/of een geplande herhalingsactiviteit (B) hebt.

📚 Verzameling prompts — direct uitproberen

Kant-en-klaar en van hoog niveau. Plak, vul de {accolades} in en kijk wat er gebeurt — vergeet niet eerst te anonimiseren.

Je bent expert in formatief handelen. Maak bij {onderwerp} voor {niveau} een exit-ticket met 3 vragen: één kennisvraag, één toepassingsvraag en één zelfreflectievraag. Inclusief wat ik als docent uit elk antwoord kan aflezen.
Analyseer dit concept-toetsblad op: eenduidigheid van vraagstelling, spreiding over denkniveaus (RTTI of Bloom), taalniveau en valkuilen. Geef concrete verbetersuggesties per vraag. --- {plak je toets, zonder leerlinggegevens}
Maak een differentiatie-matrix voor mijn les over {onderwerp}: drie rijen (basis/gemiddeld/uitdaging) × drie kolommen (instructie, verwerking, afsluiting). Elke cel concreet uitvoerbaar binnen 50 min les, zonder extra voorbereiding van meer dan 10 minuten.
Schrijf 5 variaties van dezelfde feedbackboodschap ("structuur van je betoog is nog niet helder") in vijf verschillende tonen: zakelijk, warm-coachend, kort-en-bondig, vragend (socratisch), en met een concreet voorbeeld erbij. Welke past bij {leerling/klas}?
Je bent mentor. Ik beschrijf (zonder naam!) hoe een leerling de afgelopen periode heeft gepresteerd op gedrag en inzet. Schrijf hier een constructieve, eerlijke alinea voor het rapport van, in maximaal 60 woorden, met minstens één concreet ontwikkelpunt. --- {beschrijving zonder naam}

Reflectie (2 min)

Buddycheck (2 min)

Laat je rubric of feedbackformat zien. Vraag: “Kun je hiermee eerlijk en consequent beoordelen, en welke formulering is nog te vaag?”

Borg wat werkt

Leg vast voor welke opdracht je dit gebruikt, welke controles nodig blijven en waar je de prompt terugvindt.

Leg mijn projectborging vast →
Route 3 · Bouw → test → borgProjectborging